vervroegen

werkw.
Uitspraak:  [vər'vruxə(n)]
Vervoegingen:  vervroegde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft vervroegd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

vroeger laten gebeuren
Voorbeelden:  `als pilgebruikster je menstruatie kunnen vervroegen of uitstellen zonder dat de veiligheid afneemt`,
`je pensioendatum vervroegen`,
`plasticfolie gebruiken om de teelt van je groenten te vervroegen`
Antoniem:  uitstellen

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Anticiperen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `vervroegen`.