de vakantiedag

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  vakantiedagen
Verbuigingen:  vakantiedagje

een dag dat je niet hoeft te werken maar waarop het loon wel wordt doorbetaald
Voorbeelden:  `Iedere werknemer heeft recht op 20 vakantiedagen bij een volledige baan.`,
`Er zijn verplichte vakantiedagen en vakantiedagen die men vrij kan opnemen.`,
`(...) en vlucht met zijn dochters weg onderzee...`


Bron: WikiWoordenboek.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Periode van vrije tijd 2) Rustdag 3) Snipperdag 4) Verloftijd 5) Verlofdag
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `vakantiedag` kennen.