vaak

bijwoord
Uitspraak:  [vak]

vele keren
Voorbeeld:  `Als het mooi weer is, ga ik vaak wandelen.`
Antoniemen:  zelden, soms
Synoniem:  dikwijls

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
dikwerf dikwijls doorgaans frequent gedurig meermaals meestal menigmaal regelmatig veel veelal veeltijds veelvuldig soms (antoniem)weinig (antoniem)zelden (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• al vaak met dat bijltje gehakt hebben (=het werk al vaker gedaan hebben en weten hoe het moet)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Uitdrukkingen die vaak betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
aan de orde van de dag zijn; om de haverklap;

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. [geen meervoud] geneigdheid tot slapen. ~, [bijwoord] dikwijls.
  2. op veel momenten, veel keren vb: ik ga vaak op vakantie naar het buitenland Synoniemen: dikwijls veel veelvuldig regelmatig Tegenstellingen: weinig min [3]
  3. [Belgisch Nederlands] behoefte aan slaap, neiging tot slapen
  4. •slaap •veel
  5. [Vlaamse woorden] (m.) slaap
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op vaak:
Slovaak

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. vaak (dikwijls)
  2. vaak (slaap)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `vaak` kennen.