utiliseren

werkw.
Afbreekpatroon:  u - ti - li -'se - ren
Herkomst:  «Frans
Vervoegingen:  utiliseerde (verl.tijd )
Vervoegingen:  geütiliseerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

ten nutte maken;
gebruiken;
ergens profijt van trekken
Voorbeeld:  `Om dit optimaal te kunnen utiliseren is een goede verbinding met het openbaar vervoer nodig tussen de wijk en het centrum.`


Synoniemen
aanwenden benutten gebruik maken van gebruiken

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Aanwenden 2) Benutten 3) Gebruiken 4) Ten nutte maken
Toon uitgebreidere definities