usurperen

werkw.
Uitspraak:  u.sur.ˈpe.rə(n)
Verbuigingen:  usurpeerde
Verbuigingen:  geüsurpeerd

toeëigenen, onrechtmatig in bezit nemen, zich aanmatigen
Voorbeeld:  `Vlaams minister-president w:Kris Peeters|Kris Peeters en zijn Waalse collega w:Rudy Demotte|Rudy Demotte willen meer duidelijkheid over de usurperende bevoegdheden bij de uitwerking van de zoveelste Belgische staatshervorming.`


Bron: WikiWoordenboek.

4 definities op Encyclo
  1. 1) Inlijven 2) Overweldigen 3) Toe-eigenen 4) Veroveren 5) Wederrechtelijk bezetten 6) Wederrechtelijk in bezit nemen 7) Zich aanmatigen
  2. (ww) - het blijft stelen
  3. criminologie onrechtmatig in bezit nemen; zich wederrechtelijk of oneigenlijk toeëigenen…
  4. overweldigen Jaar van herkomst: 1525 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
usurperen (overweldigen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 25% van de Nederlanders en 49% van de Vlamingen het woord `usurperen`.