uitspelen tegen

werkw.
Uitspraak:  œytspelə(n) texə(n)]
Vervoegingen:  speelde uit tegen (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft uitgespeeld tegen (volt.deelw.)

(iets) gebruiken om iemand te benadelen
Voorbeeld:  `Zijn ervaring in de politiek wordt nu tegen hem uitgespeeld.`
je tegenstanders tegen elkaar uitspelen  (zorgen dat je tegenstanders ruzie met elkaar krijgen waardoor je zelf een voordeel behaalt)

© Kernerman Dictionaries.