de rem

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [rɛm]
Verbuigingen:  rem|men (meerv.)

voorziening waarmee je iets dat beweegt kunt vertragen en laten stoppen
Voorbeelden:  `handrem`,
`noodrem`,
`op de rem trappen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
belemmering vertragingsmechanisme stimulans (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• aan de rem trekken (=een ontwikkeling proberen tegen te houden/ waarschuwen dat iets niet goed gaat)
Naar de spreekwoorden

14 definities op Encyclo
  • onderdeel om voertuig langzamer te laten lopen vb: je moet op de rem trappen als je de bocht om gaat alle remmen losgooien [je helemaal laten gaan] op de rem gaan staan [...
  • (remtrommel, adhesietrommel, keerrol, rem) onderdeel strangenlier. Trommel waarom de strang een aantal slagen maakt, voordat de strang op de strangentrommel gewikkeld wor...
  • Rapid Eye Movement; het diepe slaapstadium, gekenmerkt door snelle oogbewegingen, een snelle onregelmatige ademhaling en hartslag..
  • Verouderde eenheid voor dosisequivalent; in 1985 officieel vervangen door de eenheid sievert. 100 rem is gelijk aan 1 sievert.
  • Acroniem van `röntgen equivalent man' verouderde eenheid van het dosisequivalent. De nieuwe eenheid is de sievert. 1 rem = 0,01 Sv.
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met rem:
    rem afremafstandremakeremakenremaketremaketeremaketenremanentieremasterremasterderemasterdenremasterenremastertremblokremboursrembourseerrembourseerderembourseerdenrembourseertremde
    Toon alle woorden die beginnen met rem

    Deze woorden eindigen op rem:
    ad remafrembremcheremhandremharemklezmoremmotorremnoodremporemschijfremschoremsjkoremsjotremstremterugtrapremtrommelremvelgremverfbremvoetrem
    Toon alle woorden die eindigen op rem

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    rem