de rem

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [rɛm]
Verbuigingen:  rem|men (meerv.)

voorziening waarmee je iets dat beweegt kunt vertragen en laten stoppen
Voorbeelden:  `handrem`,
`noodrem`,
`op de rem trappen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
belemmering vertragingsmechanisme stimulans (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• aan de rem trekken (=een ontwikkeling proberen tegen te houden/ waarschuwen dat iets niet goed gaat)
Naar de spreekwoorden

15 definities op Encyclo
  1. onderdeel om voertuig langzamer te laten lopen vb: je moet op de rem trappen als je de bocht om gaat alle remmen losgooien [je helemaal laten gaan] op de rem gaan staan [...
  2. 1> lekenterm voor vang. 2> verkorting van remtrommel.
  3. Acroniem van `röntgen equivalent man' verouderde eenheid van het dosisequivalent. De nieuwe eenheid is de sievert. 1 rem = 0,01 Sv.
  4. Remark, opmerking of commentaar
  5. Remark, opmerking
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met rem:
rem afremafstandremakenremaketremaketeremaketenremanentieremasterremasterderemasterdenremasterenremastertremblokremboursrembourseerrembourseerderembourseerdenrembourseertremderemden
Toon alle woorden die beginnen met rem

Deze woorden eindigen op rem:
ad rembremhandremharemnoodremsjotremsjkoremporemklezmoremcheremverfbremschoremvelgremterugtrapremstremmotorremvoetremschijfremtrommelrem
Toon alle woorden die eindigen op rem

Herkomst volgens etymologiebank.nl
rem

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `rem` kennen.