uitpikken

werkw.
Uitspraak:  ['œytpɪkə(n)]
Vervoegingen:  pikte uit (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft uitgepikt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) met een snavel verwijderen
Voorbeeld:  `Het kadaver lag er al een tijdje en de ogen waren eruitgepikt door de kraaien.`

2) (iets of iemand) herkennen en kiezen uit velen
Voorbeelden:  `Iedereen mocht bij de grens gewoon doorrijden, maar wij werden er voor controle uitgepikt.`,
`Ze kunnen allemaal aardig met de bal omgaan, maar de echte voetbaltalenten pik je er zo uit.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
kiezen schiften selecteren selectie toepassen uitkiezen uitlezen uitzoeken verkiezen ziften

2 definities op Encyclo
  1. 1) Kiezen 2) Kippen 3) Schiften 4) Selecteren 5) Uitkiezen 6) Uitlezen 7) Uitzoeken 8) Verkiezen 9) Ziften
  2. iets wat aan een haak of soortgelijke constructie vastzit, loshalen.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
uitpikken

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `uitpikken`.