uitkristalliseren

werkw.
Afbreekpatroon:  'uit - kris - tal - li - se - ren
Vervoegingen:  kristalliseerde uit (verl.tijd )
Vervoegingen:  is uitgekristalliseerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) zich afscheiden in kristallen;
overgaan in kristallen
chemie
Voorbeeld:  `Zout water laten verdampen waarbij de zouten uitkristalliseren.`

2) een definitieve vorm aannemen algemeen
Voorbeeld:  `Wellicht zal zijn stijl zich in zijn komende schilderwerken meer uitkristalliseren en een meer definitieve en eigen vorm aannemen.`