de lift

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [lɪft]
Verbuigingen:  lift|en (meerv.)

1) apparaat waarmee je mechanisch omhoog en omlaag kunt gaan
Voorbeelden:  `Er zijn vier liften in het gebouw.`,
`stoeltjeslift`
in de lift zitten  (omhooggaan) `De prijzen van lcd-schermen zitten na de daling weer in de lift.`

2) keer dat je meerijdt in de auto van een ander
Voorbeeld:  `een organisatie die liften aanbiedt naar alle hoofdsteden van Europa`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
hijstoestel

Spreekwoorden en zegswijzen
• in de lift zitten (=de situatie waarin het zit wordt beter)
Naar de spreekwoorden

8 definities op Encyclo
  1. Term die gebruikt wordt wanneer de mannelijke danser zijn vrouwelijke partner optilt bij een pas de deux.
  2. [ bouwkundige termen] Installatie voor verticaal transport van personen of goederen, bestaande uit een liftkooi die in een liftschacht langs leiders bewogen wordt en op v...
  3. hokje waarin je omhoog wordt getild vb: we gingen met de lift naar de tiende verdieping in de lift zitten [een gunstige ontwikkeling doormaken]
  4. •een verticaal transportsysteem voor goederen en mensen. •de draagkracht van een vliegtuig.
  5. 1) Deel van een flatgebouw 2) Deel van een gebouw 3) Deel van een hotel 4) Deel van een kolenmijn 5) Gratis autorit 6) Hefwerktuig 7) Het meerijden 8) Hijshok 9) Hijshokj...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met lift:
liftangstliftboyliftboysliftenlifterliftersliftkrachtliftschachtliftschachtenliftteliftten

Deze woorden eindigen op lift:
deadliftfaceliftgedeadliftgefaceliftgeliftgepowerliftgeshopliftpowerliftshopliftskiliftstoeltjesliftgondelliftsleeplift

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. lift (hijstoestel)
  2. lift


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `lift` kennen.