de uitbouw

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  œydbɑu]
Verbuigingen:  uitbouw|en (meerv.)

deel van een gebouw dat uitsteekt, bijvoorbeeld doordat het er later aangebouwd is
Voorbeeld:  `de keuken vergroten door middel van een uitbouw`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanbouw absis boog erker uitbreiding welving

6 definities op Encyclo
  1. Een aan het gebouw vastzittend bouwwerk dat over een groot gedeelte rechtstreeks vanuit het gebouw toegankelijk is. Vaak spreken we over een uitbouw als een serre wordt ...
  2. Uitbreiding van het kaartbeeld* buiten de binnenkaderlijn* in de vorm van een plaatselijke uitstulping. Engels: breaking border Frans: crevé Duits: Randüberzeichnung
  3. ruimte van een gebouw dat uitsteekt.
  4. gedeelte aan een huis of gebouw dat uitsteekt vb: we hebben een uitbouw gemaakt in de tuin
  5. Het gedeelte van het zeil dat buiten de denkbeeldige lijn van de top van het zeil naar de schoothoek valt en door zeillatten wordt ondersteund.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met uitbouw:
uitbouwen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `uitbouw`.