de boog

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [box]
Verbuigingen:  bogen (meerv.)

1) ronde open poort in een gebouw architectuur
Voorbeeld:  `een brug met drie bogen`

2) gebogen stok met een pees gebruikt als wapen
Voorbeelden:  `met pijl en boog schieten`,
`kruisboog`
De boog kan niet altijd gespannen zijn/staan.  (je moet af en toe relaxen, minder serieus zijn)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bocht handboog kruisboog poort uitbouw welving

Spreekwoorden en zegswijzen
• veel pijlen op zijn boog hebben (=veel middelen, talenten hebben)
• pijlen op zijn boog (=mogelijkheden in zijn mars)
• meer pijlen op zijn boog hebben (=meer kunnen dan reeds laten zien)
• meer dan een pijl op zijn boog hebben (=meerdere oplossingen weten)
• de boog kan niet altijd gespannen zijn (=men moet zich soms ook kunnen ontspannen)
Toon alle 6 spreekwoorden die boog bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met boog een ander begrip versterken?
als een pijl uit de boog ervandoor gaan; gespannen als een boog;

25 definities op Encyclo
  1. strook hout waarvan de uiteinden met een draad aan elkaar gebonden zijn vb: met zijn boog schiet hij deze pijl wel 20 meter weg de boog kan niet altijd gespannen zijn [je...
  2. [ architectonische termen] Een boog is een gebogen constructie ter overspanning van ruimte tussen twee steunpunten. geschiedenis De boog is ontwikkeld door de Romeinen,...
  3. Een gewoonlijk vrijstaande constructie die bedoeld is om te laten begroeien met klimplanten. De term is min of meer uitwisselbaar met de term pergola.
  4. gewelfde constructie als overspanning
  5. Gebogen overspanning tussen twee punten, ter ondersteuning van een gewelf, brug e.d., waarbij de druk zijdelings wordt afgevoerd. Soorten bogen zijn bv. accoladeboog, ez...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met boog:
boogachtigboogbalboogbrugbooggraadbooggradenbooglampbooglampenboogminuutboogovenboogscheutboogschietenboogschutterboogschuttersboogsecondeboogvormig

Deze woorden eindigen op boog:
elleboogpijl-en-booghandboogeilandboogspitsboogpuntboogkruisboogregenboogvlambooglinkerelleboogrechterelleboogzegeboogverbooggradenboogzadelboogmuraalboogluchtboog

Herkomst volgens etymologiebank.nl
boog (schiettuig; ronding)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `boog` kennen.