• zo zijn we niet getrouwd (=op die manier iets niet afgesproken hebben) • over de puthaak getrouwd (=onwettig samenwonend) • onder de bezem getrouwd zijn (=ongetrouwd samenwonen) • het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele) • getrouwd zijn over de puthaak (=onwettig samenwonen) Toon alle 6 spreekwoorden die trouwd bevatten