de trekvogel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈtrɛkfoxəl]
Verbuigingen:  trekvogel|s (meerv.)

vogel die in het najaar naar warmere streken vliegt en in het voorjaar weer terugkomt

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
trekker

6 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 een vogel, die jaarlijks af- en aantrekt, zoo als de ooijevaar enz
  2. Een vogel(soort) die niet het gehele jaar in hetzelfde gebied verblijft maar regelmatig tussen (meestal) twee gebieden heen en weer pendelt. Zie ook ’trek’.
  3. •een vogel die `s winters een andere verblijfplaats kiest dan in de broedtijd. (+audio)
  4. 1) Dier 2) Dier dat naar ander gebied trekt 3) Dier dat naar andere oorden vliegt 4) Gans 5) Kemphaan 6) Overvlieger 7) Trekker 8) Tijdelijk verblijvend dier 9) Vogel 10)...
  5. vogel die tijdelijk uit zijn broedgebied wegtrekt, meestal om te overwinteren in gebieden met betere weersomstandigheden en meer voedsel; vogel die het broedgebied verlaa...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met trekvogel:
trekvogels

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `trekvogel` kennen.