de trekker

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈtrɛkər]
Verbuigingen:  trekker|s (meerv.)

1) motorvoertuig met grote, brede en geprofileerde achterbanden waarmee je karren en machines trekt, vooral in de landbouw
Voorbeeld:  `een optocht van antieke trekkers`
Synoniem:  tractor

2) onderdeel van iets waaraan je moet trekken om het te laten functioneren (van de wc, de bel of een vuurwapen)
de trekker overhalen  (schieten (met een geweer of pistool))

3) steel met dwars erop een strook rubber om het vocht natte oppervlakken mee weg te vegen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
glazenwisser kampeerder lokkertje migrant ruitenwisser tractor trekster voetreiziger wandelaar wisser

Taaladvies
Aftrekker / vloerwisser /: (vloer) Is aftrekker correct in de betekenis '(vloer)trekker, schoonmaakwerktuig'?

10 definities op Encyclo
  1. 1> op het zeil genaaide versteviging van touw welk bedoeld is om de krachten optredend bij de schoothoorn of schootleuvers te verdelen. Ook schoottrekker genoemd. Naast d...
  2. Persoon die een cheque of een wisselbrief uitschrijft.
  3. Nederlandse benaming (geïntroduceerd door de Wageningse hoogleraar Visser in 1919) voor de Engelse term `tractor`. In Nederland werd de eerste trekker geïntrod...
  4. echt Nederlandsche handelswoorden (1914):hij, die een wissel op iemand afgeeft.
  5. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Trekker, Trekkerplaat``] Zie Handvuurwapens
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met trekker:
trekkers

Deze woorden eindigen op trekker:
kurkentrekkerlijsttrekkerverstrekkeraandachtstrekkeraandachttrekkerpubliekstrekkerlijntrekkerzorgverstrekkermessentrekkerzorgenverstrekkertranentrekkerpoelietrekkervoortrekkerflessentrekkerplantrekker

Herkomst volgens etymologiebank.nl
trekker

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `trekker` kennen.