de handdoek

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈhɑnduk]
Verbuigingen:  handdoek|en (meerv.)

doek om je handen of je lichaam te drogen
Voorbeeld:  `badhanddoek`
de handdoek in de ring werpen  (ermee ophouden) Synoniem: opgeven

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
droogdoek

5 definities op Encyclo
  1. Linnen doek die de priester gebruikt nadat hij zijn handen heeft gewassen. Hij kan dit doen voor en na de dienst, als symbool voor het reinigen van het hart. Indien twee ...
  2. doek van badstof om je mee af te drogen vb: de handdoek hangt aan de lijn te drogen de handdoek in de ring gooien [het opgeven; ermee stoppen]
  3. [Belgisch Nederlands] theedoek, keukenhanddoek
  4. 1) Afdroogdoek 2) Badartikel 3) Badbenodigdheid 4) Badbenodigheid 5) Droogdoek 6) Keukendoek 7) Toiletartikel 8) Wasgerei
  5. Een handdoek is een doek (meestal gemaakt van badstof) om het lichaam, of delen daarvan (handen), na het wassen mee af te drogen. Het woord heeft een brede, algemene bet...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met handdoek:
handdoeken

Deze woorden eindigen op handdoek:
badhanddoeksponshanddoek

Herkomst volgens etymologiebank.nl
handdoek

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `handdoek` kennen.