I de mobiel

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [moˈbil]
Verbuigingen:  mobiel|en (meerv.)

draagbare telefoon
Voorbeeld:  `tijdens het concert mobieltjes graag uitzetten`


II mobiel

bijv.naamw.
Uitspraak:  [moˈbil]

gemakkelijk te verplaatsen of mee te nemen
Voorbeeld:  `mobiele telefoon`
Synoniem:  draagbaar

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beweegbaar draagbaar gevechtsklaar los mobiele telefoon roerend verplaatsbaar verzetbaar immobiel (antoniem)

14 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 bewegelijk, verplaatsbaar, marschvaardig; werkende kracht. Mobielmaking, een leger in staat stellen, om alle oogenblikken te kunnen marcheren. M...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] bewegelijk; bestemd om uit te trekken, marsch-vaardig (van een leger); - verklaren, een leger op voet van oorl...
  3. klein, draagbaar telefoontje vb: zij haalde het mobieltje uit haar tas en belde de politie Synoniem: gsm lichte voorwerpen die met dwarslatjes aan één hoofddraad hangen...
  4. je kunt (het) bewegen vb: de oude mensen zijn niet meer mobiel niet gebonden aan één plaats vb: de mobiele eenheid van de politie
  5. wat verplaatst kan worden vb: met een mobiele telefoon kun je overal bellen mobiele eenheid (ME) [speciale afdeling van de politie die de openbare orde handhaaft]
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met mobiel:
mobielemobieltje

Deze woorden eindigen op mobiel:
locomobielscootmobielautomobiel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
mobiel (verplaatsbaar, beweeglijk)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `mobiel` kennen.