de tram

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [trɛm, trɑm]
Verbuigingen:  tram|s (meerv.)

elektrisch voertuig dat over rails rijdt en vooral in steden als middel voor openbaar vervoer wordt gebruikt
Voorbeelden:  `de tram nemen`,
`tramhalte`

© Kernerman Dictionaries.

9 definities op Encyclo
  1. elektrisch voertuig dat over rails rijdt vb: we gaan met de tram naar het centrum
  2. Voertuig dat over rails wordt voorbewogen. Een tram kan op een vrije railweg (zoals een trein) of op rails op een gewone weg rijden. Zie ook trein. Zie ook weggebruikers.
  3. Toeristisch recreatief attractie milieu; alles wat een omgeving toeristisch-recreatief interessant maakt
  4. 1) Communicatiemiddel 2) Elektrisch vervoermiddel 3) Openbaar vervoer 4) Openbaar vervoermiddel 5) Railgebonden voertuig 6) Railvoertuig 7) Spoorrijtuig 8) Stadsvervoer 9...
  5. Een tram is een voertuig dat rijdt op sporen, net als een trein of een metro. Vergeleken met de trein zijn de eisen waaraan de voertuigen en de infrastructuur moeten vol...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met tram:
tramadoltrambaantrambanentrambestuurdertrambestuurstertramconducteurtramconducteurstramdetramdentramhaltetramhuisjetramlijntrammentramptrampolinetrampolinestrampstrampvaarttramrailtrams
Toon alle woorden die beginnen met tram

Deze woorden eindigen op tram:
sneltramstramverstram
Toon alle woorden die eindigen op tram

Herkomst volgens etymologiebank.nl
tram (openbaar vervoermiddel op rails)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `tram` kennen.