stram

bijv.naamw.
Uitspraak:  [strɑm]

als je stijf bent en je moeilijk beweegt
Voorbeelden:  `een oude stramme man`,
`een stramme rug hebben van de tocht`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
houterig jichtig stijf stroef lenig (antoniem)

3 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] afgeleefd; stijf, onbuigzaam; het slot is of gaat - (is moeijelijk te openen). ~HEID, ~MIGHEID,...
  2. 1) Afgemeten 2) Houterig 3) Jichtig 4) Kordaat 5) Moeilijk beweegbaar 6) Niet buigzaam 7) Niet lenig 8) Onbeweeglijk 9) Onbuigzaam 10) Ongebogen 11) Pal 12) Peuterig en s...
  3. stijf Jaar van herkomst: 1550 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met stram:
stramheidstramien

Deze woorden eindigen op stram:
verstram

Herkomst volgens etymologiebank.nl
stram (stijf)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 95% van de Nederlanders en 93% van de Vlamingen het woord `stram`.