de traan

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [tran]
Verbuigingen:  tranen (meerv.)

druppel vocht uit je ogen als je huilt of als je ogen geïrriteerd zijn
Voorbeelden:  `vreugdetranen`,
`tranen stroomden/rolden/biggelden over zijn wangen`,
`je tranen bedwingen`
in tranen zijn  (huilen)
in tranen uitbarsten  (plotseling gaan huilen)
hete/bittere tranen huilen  (erg huilen)
een traantje wegpinken  (door ontroering een beetje huilen) `een traantje wegpinken als de bruid binnenkomt`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
snik walvistraan

Spreekwoorden en zegswijzen
• een traan wegpinken (=emotioneel geraakt zijn, ontroerd zijn door iets => emotioneel)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met traan een ander begrip versterken?
tot tranen toe ontroerd; tranen met tuiten huilen; hete tranen huilen; hete tranen schreien;

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. [geen meervoud] vet of olie van walvissen. ~, m. (tranen), uit de oogen vloeiend vocht; bittere tranen schreijen, hevig weenen; krok...
  2. vocht uit het oog als je huilt vb: zij had tranen in haar ogen hij was in tranen [hij huilde] ik zal er geen traan om laten [het kan me niet schelen] ze huilt tranen met ...
  3. • [f] - [m] : oogvocht. • [m] : traanolie.
  4. 1) Amber 2) Bewijs van verdriet 3) Deel van het lichaam 4) Dierlijk olie 5) Dierlijk product 6) Drank 7) Drop 8) Druppel 9) Druppel oogvocht 10) Huildruppel 11) Lichaamsv...
  5. [oog] - Oog met traanklier en traanzakje. Glandula lacrimalis = traanklier Ductus nasolacrimalis = traanbuis. Een traan is een zoute druppel oogvocht, en de vloeistof wa...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met traan:
traanachtigtraanbeentraanbuistraanbuizentraangastraanheuveltraankanaaltraankanalentraankliertraanklierentraanloostraanoogtraanoogdetraanoogdentraanoogt

Deze woorden eindigen op traan:
levertraanwalvistraan

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. traan (oogvocht)
  2. traan (visolie)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `traan`.