• zo mager als een stokvis, sprot, garnaal (=mager persoon) • wie een hond wil slaan, vindt altijd wel een stok (=als je kritiek wil hebben op iemand, vind je altijd wel een reden) • van zijn stokje gaan (=flauwvallen) • van de kapittelstok likken (=ervan lusten) • stok en steen verwend (=heel erg verwend) Toon alle 30 spreekwoorden die tok bevatten
4 definities op Encyclo
1) Nabootsing van een kippengeluid 2) Water 3) Dierengeluid 4) Ruiterpet 5) Kippengeluid 6) Vogel