de schans

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [sxɑns]
Verbuigingen:  schans|en (meerv.)

stellage met een steile sneeuwhelling voor het skispringen
Voorbeelden:  `springschans`,
`skischans`
Synoniem:  springschans

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
springschans verschansing wal

17 definities op Encyclo
  1. algemene benaming voor een eenvoudig, als regel aarden verdedigingswerk Basisvormen van schansen
  2. Zelfstandig te verdedigen aarden verdedigingswerk, vaak voorzien van bastions en meestal kleiner dan een fort. Tijdelijk opgeworpen schansen maakten deel uit van linies w...
  3. Omgrachte aarden wal of kleine vesting (b.v. Nieuweschans en de in de jaren ’50 gerestaureerde Zwartendijkster Schans bij Een in Drenthe), vaak in vier-, vijf- of zesho...
  4. 1 takkenbos 2 omwald en vaak omgracht terrein, vaak in moerassige broekgronden gelegen, aangelegd door militairen (Asselt, Reuver) of door de plaatselijke bevolking.
  5. Algemene benaming voor een eenvoudig, als regel aarden verdedigingswerk. Basisvormen van schansen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met schans:
schansenschanskorfschansspringenschansspringer

Deze woorden eindigen op schans:
springschansverschans

Herkomst volgens etymologiebank.nl
schans (versterkingswerk; springschans)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `schans`.