thuiskomen

werkw.
Uitspraak:  [ˈtœyskomə(n)]
Vervoegingen:  kwam thuis (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is thuisgekomen (volt.deelw.)

(weer) in je eigen huis komen
Voorbeeld:  `na de bioscoop laat thuiskomen`

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• van een koude kermis thuiskomen (=teleurgesteld thuiskomen)
• met een waterzeil thuiskomen (=doornat zijn)
• met een nat zeil thuiskomen (=dronken thuiskomen)
• met de kous op de kop thuiskomen (=teleurgesteld thuiskomen)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
  1. Waar komt van een koude kermis thuiskomen vandaan? Zie Van een koude kermis thuiskomen
  2. Wat is een samengesteld werkwoord? Zie Samengesteld werkwoord


Herkomst volgens etymologiebank.nl
thuiskomen