tennissen

werkw.
Uitspraak:  ['tɛnəsə(n)]
Vervoegingen:  tenniste (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft getennist (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

tennis spelen sport
Voorbeelden:  `met je vriendin gaan tennissen`,
`Hij tennist al sinds zijn zevende.`

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  1. sport waarbij je met een racket de bal naar je tegenstander slaat vb: wij tennissen op woensdagmiddag met elkaar
  2. 1) Een bepaalde sport beoefenen 2) Soort sport 3) Sport 4) Tennisspelen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op tennissen:
tafeltennissen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `tennissen`.