snikken

werkw.
Uitspraak:  [ˈsnɪkə(n)]
Vervoegingen:  snikte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gesnikt (volt.deelw.)

huilen
Voorbeelden:  `zitten snikken van verdriet`,
`'Ik heb me bezeerd' snikte ze.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gesnik grienen hikken huilen janken snotteren

Intensiveringen
Hoe kun je met snikken een ander begrip versterken?
snikheet;

3 definities op Encyclo
  1. huilen waarbij je stotend ademhaalt vb: plotseling begon ze verdrietig te snikken
  2. 1) Ademhalend huilen 2) Gesnik 3) Grienen 4) Hikken 5) Hikken wenen 6) Hikkend huilen 7) Hikkend wenen 8) Huilen 9) Ingehouden huilen 10) Janken 11) Lichaamswerking 12) N...
  3. krampachtige bewegingen maken, krampachtig ademen Jaar van herkomst: 1552 (Claes )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
snikken (hikkend huilen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `snikken` kennen.