struikelen

werkw.
Uitspraak:  [ˈstrœykələ(n)]
Vervoegingen:  struikelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is gestruikeld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) bijna vallen of vallen doordat je voet ergens achter blijft steken
Voorbeeld:  `Ik ben gestruikeld over een scheve stoeptegel.`

2) gehinderd worden of moeten stoppen door (een oorzaak)
Voorbeeld:  `Grote infrastructuurprojecten struikelen over het recht van inspraak van de burgers.`

3)
struikelen over  (heel veel (van iets) tegenkomen) `Op koopzondagen struikel je over de mensen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
overal zien spaak lopen vallen

Intensiveringen
Hoe kun je met struikelen een ander begrip versterken?
struikelen over;

4 definities op Encyclo
  1. •het evenwicht verliezen doordat men met de voet verstrikt raakt.
  2. met je voet haken en (bijna) vallen vb: ik struikelde over jouw schoenen struikelen over een examen [het niet halen] over je woorden struikelen [het hakkelend zeggen] je ...
  3. 1) Dreigen te vallen 2) Een misslag begaan 3) Er niet uit kunnen komen 4) Er onder bezwijken 5) Ergens over vallen 6) Neervallen 7) Niet geslaagd 8) Overal zien 9) Sobbel...
  4. misstappen Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
struikelen (de voet stoten en daardoor dreigen te vallen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `struikelen` kennen.