stekken

werkw.
Uitspraak:  ['stɛkə(n)]
Vervoegingen:  stekte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gestekt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

uit een stukje plant een nieuwe plant laten groeien
Voorbeeld:  `een rozemarijnplant stekken door een tak in water wortels te laten krijgen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
scheuten schoten spruiten

4 definities op Encyclo
  1. De vermeerdering van planten uit stekhout, d.w.z. uit twijgen (of gedeelten daarvan) die in een grondsubstraat worden gepoot en beworteling wordt gevormd. Zie ook weblink...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik stekte, heb gestekt), stekjes planten, enten.
  3. 1) Afgesneden tak in grond plaatsen 2) Enten 3) Oculeren 4) Planten vermeerderen 5) Poten 6) Prikken 7) Scheuten 8) Schoten 9) Spruiten 10) Takjes in de aarde plaatsen 11...
  4. Het stekken van planten is een van de vegetatieve vermeerderingswijzen van planten. In principe kunnen alle plantendelen hiervoor gebruikt worden. Tussen plantensoorten ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op stekken:
bestekkenoverstekkenuitstekkenwebstekken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. stekken (loten in de grond steken)
  2. stekken, = steken (prikken)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 95% van de Vlamingen het woord `stekken`.