de stamhouder

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['stɑmhɑudər]
Verbuigingen:  stamhouder|s (meerv.)

mannelijke erfgenaam die de familie voortzet

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 iemand, die een geslacht in stand houden, of zijne uitsterving, door verwekking van kinderen, moet voorkomen
  2. 1) Mannelijke voortzetter van de familielijn 2) Oudste zoon 3) Zoon die de familienaam in stand houdt 4) Zoon die familienaam in stand houdt
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 93% van de Vlamingen het woord `stamhouder`.