de spriet

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  sprieten
Verbuigingen:  sprietje

1) lang en dun geval

2) lang en schraal persoon

3) sprietantenne

4) kwartelkoning


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
antenne sigaar skelet voelhoren voelspriet

9 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 aan smakken en andere dergelijke schepen eene steng, om het zeil uit te spannen
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), puntige stang, - paal; (zeew.) zeilstang, ra; voelhoren der insekten; spreekwoord met een geschoten - varen, zwichten. ~BEU...
  3. VOC - Scheepsbouw : rondhout, draaibaar onder aan de mast bevestigd en schuin naar boven gericht, om een sprietzeil uit te houden.
  4. VOC - Zeilen en tuigage: rondhout, draaibaar onder aan de mast bevestigd en schuin naar boven gericht, om een sprietzeil uit te houden.
  5. Humuskorreltjes in zand of humushuidjes om zandkorrels; wordt voornamelijk gebruikt bij de beschrijving van zilverzand1. spuitzand Ophoogzand (opgespoten).
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met spriet:
sprietantennesprietantennessprieten

Deze woorden eindigen op spriet:
voelsprietboegspriet

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. spriet (kwartelkoning)
  2. spriet (spruit van een plant)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `spriet` kennen.