benaderen

werkw.
Uitspraak:  [bəˈnadərə(n)]
Vervoegingen:  benaderde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft benaderd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) dichter komen bij
Voorbeelden:  `vriendelijk benaderd worden`,
`iemand voorzichtig benaderen`,
`een wereldrecord benaderen`

2) naar iemand gaan om hem iets te vragen
Voorbeeld:  `de personeelschef benaderen voor een loonsverhoging`
Synoniem:  polsen

3) beschouwen, overdenken
Voorbeeld:  `het abortusvraagstuk benaderen vanuit een christelijke levensovertuiging`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanpakken aanspreken spreken tot toegaan naar toenaderen

6 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik benaderde, heb benaderd), aanhouden, beslag leggen op. *...ING, v. (-en), beslag.
  2. echt Nederlandsche handelswoorden (1914):beslag leggen op goederen, waarvan bij invoer geen of te weinig belasting betaald is.
  3. in de buurt komen vb: hij benaderde de hond voorzichtig hij is niet te benaderen [je kunt geen contact met hem krijgen]
  4. [Nederlands] In contact proberen te komen
  5. • [ov] naartoe gaan en aanspreken. • [ov] aanpakken. • [ov] bijna bereikt hebben. • [ov] [wiskunde] geen exacte berekening maar een bepaling.
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `benaderen` kennen.