I sniffen

werkw.
Afbreekpatroon:  'snif - fen
Vervoegingen:  snifte (verl.tijd )
Vervoegingen:  gesnift (volt.deelw.)

snotteren, zachtjes huilen, zachtjes snuiven en huilen tegelijk mens
Voorbeeld:  `na het slechte nieuws zat ze in een hoekje te sniffen`


IIa sniffen

werkw.
Afbreekpatroon:  'snif - fen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  sniffte/snifte (verl.tijd )

IIb sniffen

werkw.
Afbreekpatroon:  'snif - fen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  sniffte/snifte (verl.tijd )
Vervoegingen:  gesnifft/gesnift (volt.deelw.)

het afluisteren van netwerk verkeer computer
Voorbeeld:  `zorgen dat het wachtwoord niet te sniffen is op een netwerk als je inlogt`
Synoniem:  het mee- of afluisteren van dataverkeer


Synoniemen
snotteren

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Snotteren 2) Snotterend huilen 3) Zachtjes huilen 4) Zachtjes snotterend huilen
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
sniffen (zachtjes huilen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 86% van de Nederlanders en 83% van de Vlamingen het woord `sniffen`.