I de senior

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈsenijɔr]

1) iemand die tot de oudere generatie behoort
Voorbeelden:  `seniorenwoning`,
`Door de vergrijzing is de markt van producten voor senioren sterk toegenomen.`
Antoniem:  jongere

2) sporter die ouder is dan een junior sport
Voorbeeld:  `amateurvoetbal senioren`
Antoniem:  junior


II senior

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ˈsenijɔr]

oudste van twee familieleden met dezelfde naam
Voorbeelden:  `Mijn vader is Jan Jansen senior, mijn broer Jan Jansen junior.`,
`senior medewerker financiële administratie`
Antoniem:  junior

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
nestor oudste junior (antoniem)

13 definities op Encyclo
  1. wie hoort bij een oudere generatie vb: als je vijftig bent, hoor je wel bij de senioren
  2. de oudste van twee naamgenoten vb: dat is Hendrik senior de meest ervarene vb: hij is senior adviseur
  3. oudste
  4. In de regel worden 60-plussers beschouwd als senioren, maar in de toeristische sector hebben velen de grens al verlaagd tot 55 jaar.
  5. Let op: Spelling van 1858 de oudere, oudste. Senioriaat, het ambt en de waardigheid van oudste; opvolging naar ouderdom; ook het voorregt des oudsten bij erfenissen. Seni...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met senior:
seniorensenioriteit

Herkomst volgens etymologiebank.nl
senior (oudere, hoger geplaatste)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `senior`.