samenwonen

werkw.
Uitspraak:  [ˈsamə(n)wonə(n)]
Vervoegingen:  woonde samen (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft samengewoond (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

met elkaar een huis bewonen alsof je getrouwd bent
Voorbeeld:  `Met mijn eerste vriendin heb ik nooit samengewoond.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
samenleven samenwonend

8 definities op Encyclo
  1. met een partner in hetzelfde huis wonen vb: wij gaan binnenkort samenwonen Synoniem: samenleven
  2. Een man en een vrouwen wonen samen in een huis, zonder dat ze getrouwd zijn.
  3. 1) Bij elkaar leven 2) Bij elkander wonen 3) Boelen 4) Boeleren 5) Een huis delen 6) Hokken 7) Ongehuwd bij elkaar wonen 8) Samenhokken 9) Samenleven 10) Samenwonend
  4. Fr: cohabiter / obligation de cohabitation [personen- en familierecht] gehuwden zijn jegens elkaar tot samenwonen verplicht Art 213 B.W - Zie ook…
  5. De enige samenlevingsvorm die de wet kent, is het huwelijk. Voor het ongehuwd samenwonen kent de wet dus geen regels. Bij samenwonen denken we vooral aan man en vrouw, di...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
samenwonen

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `samenwonen` kennen.