ruiken

werkw.
Uitspraak:  [ˈrœykə(n)]
Vervoegingen:  rook (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geroken (volt.deelw.)

1) met je neus waarnemen
Dat kan ik toch niet ruiken!  (dat kan ik toch niet weten)

2) een bepaalde geur verspreiden
Voorbeelden:  `naar kaneel ruiken`,
`Het ruikt hier een beetje muf.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
een geur verspreiden een luchtje hebben geuren meuren rieken stinken walmen

Spreekwoorden en zegswijzen
• lont ruiken (=ergens het vermoeden toe hebben / het gevaar tijdig aanvoelen)
• geld ruiken (=merken dat er iets te verdienen is)
• de stal ruiken (=dicht bij huis zijn)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  1. aroma vaststellen, zie ook proeven
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [bedrijvend werkwoord] [ongelijkvloeiend] (ik rook, heb geroken), een geur van zich geven; een geur inademen; [figuurlijk] bemerken...
  3. waarnemen met je neus vb: ik ruik al wat we eten dat kan ik toch niet ruiken! [hoe moet ik dat weten?]
  4. •geur waarnemen met de neus. •een bepaalde geur verspreiden die met de neus waargenomen kan worden.
  5. 1) Een geur inademen 2) Een geur verspreiden 3) Een geur waarnemen 4) Geur inademen 5) Geur opsporen 6) Geur verspreiden 7) Geuren 8) Gewaarworden 9) Luchten 10) Met de n...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op ruiken:
alikruikengebruikenheidestruikenhergebruikenkoffiestruikenkruikenmisbruikenberuikenopgebruikenbruikenpruikenstruikenverbruiken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
ruiken (een geur waarnemen of verspreiden)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `ruiken` kennen.