roon als dialectwoord
Roden (Drents)   Ronald (Westlands)  

Spreekwoorden en zegswijzen
• van de troon stoten (=de macht ontnemen)
• iemand naar de kroon steken (=z`n best doen anderen te overtreffen)
• iemand een kroon opzetten (=iemand eer bewijzen)
• iemand de kroon van het hoofd nemen (=iemand te schande maken)
• het einde kroont het werk (=het werk is pas goed gedaan als het klaar is)
Toon alle 7 spreekwoorden die roon bevatten

4 definities op Encyclo
  • 'Roon' is een eiland voor de zuidwestkust van 'Teluk Cenderawasih' (vroeger
  • [Vergeten woorden] (m.) omgevallen boom, boomstam [~ riezen ‘vallen’]
  • [Vergeten woorden] (v.) poging, onderzoek, experiment [= Zweeds rön, IJslands raun, ~ ronen]
  • 1) Pruisische veldmaarschalk
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op roon:
inktpatroonkroonpatroonrollenpatroonsynchroontroonmetachroonziektepatroonwolkenpatroonwaardepatroonvroonvisgraatpatroonverwachtingspatroontandkroonstreeppatroonstratenpatroonruitjespatroonruitpatroonrasterpatroonmakroon

Op andere websites
Zoek roon in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek roon op Google
Zoek roon op Woordenlijst.org
Zoek roon in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek roon op Wikipedia