de kroon

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [kron]
Verbuigingen:  kronen (meerv.)

1) sieraad voor op je hoofd
Voorbeeld:  `een koningin met een kroon`

2) kunstmatige tand of kies op het restje van je eigen kies
Voorbeeld:  `Tandarts, mijn kroon zit een beetje los.`

3) munteenheid in verschillende landen
Voorbeeld:  `Je kunt er met kronen of met euro's betalen.`

4) de koning of koningin met de ministers
Voorbeeld:  `door de kroon benoemd zijn`

5)
de kroon spannen  (in een ranglijst bovenaan staan)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
koningskroon krans tiara 6

Spreekwoorden en zegswijzen
• iemand naar de kroon steken (=z'n best doen anderen te overtreffen)
• iemand een kroon opzetten (=iemand eer bewijzen)
• iemand de kroon van het hoofd nemen (=iemand te schande maken)
• de kroon spannen (=het hoogtepunt vormen)
• de kroon op het werk zetten (=het werk prachtig voltooien)
Naar de spreekwoorden

25 definities op Encyclo
  1. a> tap waarop de sluisdeur draait. Veouderd. b> boventaatslager van de koningsstijl.
  2. Krans van binnenste bloemblaadjes. Kroonbladeren zijn meestal niet groen en groter dan kelkbladeren.
  3. Onder de `Kroon` verstaat men het `Koninkrijk der Beide Siciliën.
  4. het bovenstuk van een boom
  5. munt; de in Indië gebruikelijke naam voor leeuwendaalder. In 1615 werd de kroon op 40, in 1639 op 48 stuiver gesteld.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met kroon:
kroonberoepkroondekroondenkroondocentenkroonduifkroongetuigekroonjuweelkroonjuwelenkroonkurkkroonkurkenkroonlijstkroonluchterkroonmakerkroonprinskroonprinsenkroonprinseskroonprinsessenkroonraadkroonschakelaarkroonsteen
Toon alle woorden die beginnen met kroon

Deze woorden eindigen op kroon:
bekroonbladerkroonmakroonkokosmakroonbloemkroondoornenkroonNoorderkroon
Toon alle woorden die eindigen op kroon

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kroon (kransvormig hoofdsieraad; munt)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `kroon`.