retorisch

bijv.naamw.
Uitspraak:  [re'toris]

wat betrekking heeft op de retorica of de retoriek
Voorbeeld:  `retorische trucjes gebruiken om iemand te overtuigen`
retorische vraag  (vraag waarop je geen antwoord hoeft te geven) `Een retorische vraag is bijvoorbeeld: "Heb je nou weer je rode sokken bij de witte was gedaan?"`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bombastisch kring- periodiek redekunstig

Taaladvies
Rhetorisch / retorisch: Wat is de correcte vorm: rhetorisch of retorisch?

4 definities op Encyclo
  1. wat met spreken in het openbaar te maken heeft vb: Jara heeft een retorisch talent
  2. Fr: rhétoriquement [rechtswetenschap] betrekking hebbend op de retorica (welsprekendheid). In negatieve zin manipulatief met taal, bijv. een ~ trucje…
  3. 1) Behorende tot de retorica 2) Bombastisch 3) Breedsprakig 4) Gezwollen 5) Hoogdravend 6) Kring- 7) Op redenaarswijze 8) Periodiek 9) Redekundig 10) Redekunstig 11) Taal...
  4. [rechtswetenschap] betrekking hebbend op de retorica (welsprekendheid). In negatieve zin manipulatief met taal. Bijv. een ~ trucje…
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `retorisch`.