de reisgenoot

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['rɛisxənot]
Afbreekpatroon:  reis·ge·noot
Verbuigingen:  reisgenoten (meerv.)

persoon die samen met jou op reis gaat
Voorbeeld:  `Gezocht: reisgenoot tussen de veertig en vijftig jaar voor de maand juli.`


Synoniemen
metgezel   reismakker   

1 definitie op Encyclo
  • 1) Gezel 2) Genoot 3) Metgezel 4) Medereiziger 5) Reismakker
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de reisgenoot' of 'het reisgenoot'?
Het is 'de reisgenoot', want reisgenoot is mannelijk. Als je het aanwijst is het 'die reisgenoot'.
Wat is het meervoud van reisgenoot?
Het meervoud van reisgenoot is 'reisgenoten'. Eén reisgenoot, twee reisgenoten.
Wat betekent reisgenoot?
'persoon die samen met jou op reis gaat'
Hoe spel je reisgenoot?
reisgenoot spel je R E I S G E N O O T
Wat is een ander woord voor reisgenoot?
Andere woorden voor reisgenoot zijn metgezel en reismakker.

Op andere websites
Zoek reisgenoot in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek reisgenoot op Google
Zoek reisgenoot op Woordenlijst.org
Zoek reisgenoot in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek reisgenoot op Wikipedia