| Uitspraak: | ['rɛdɪŋ] |
| Afbreekpatroon: | red·ding |
| Verbuigingen: | reddingen (meerv.) |
| Voorbeelden: | `reddingboot`, `Jij bent mijn redding, zonder jou zou ik het niet voor elkaar gekregen hebben.`, `Door een wonderbaarlijke redding van de doelman bleef het 0-0.` |
