de rector

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈrɛktɔr]
Verbuigingen:  rector|s, rector|en (meerv.)

de rec|trix

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ˈrɛk|trɪks]
Verbuigingen:  rectrices (meerv.)

directeur van een school voor middelbaar onderwijs

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
hoofd hoofdonderwijzer schooldirecteur schoolhoofd

15 definities op Encyclo
  1. pastoor, leider, bestuurder
  2. (Latijn=bestuurder) Priester die zielzorg uitoefent in een niet-parochiële kerk (ziekenhuis, een bejaardenhuis of een kloosterkerk).
  3. geestelijke wiens kerk geen parochiekerk is, maar bijvoorbeeld een kloosterkerk.
  4. Let op: Spelling van 1858 Lat., een opziener, bestuurder of eerste leeraar van eene Latijnsche school of een gymnasiüm. Rector magnificus, de opperbestuurder van eenen a...
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), bestuurder, eerste leeraar (aan eene latijnsche school of een gymnasium); (ook) [zeker, zekere] kerkelijke waardigheid bij de...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met rector:
rector magnificusrectorenrectores magnificirectors

Deze woorden eindigen op rector:
conrectorcorrectordirector

Herkomst volgens etymologiebank.nl
rector (kloosteroverste; schooldirecteur)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `rector`.