het rantsoen

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [rɑn(t)ˈsun]
Verbuigingen:  rantsoen|en (meerv.)

voor één persoon bedoelde hoeveelheid voedsel
Voorbeeld:  `een karig rantsoen van brood en soep`
op rantsoen zetten  (in gelijke, beperkte hoeveelheden beschikbaar maken) `Het water is zo schaars in het kamp dat het op rantsoen is gezet.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
noodrantsoen

7 definities op Encyclo
  1. •beperkte dagelijks verstrekte hoeveelheid voedsel.
  2. afgepaste hoeveelheid vb: jij hebt je rantsoen chocola voor vandaag wel weer gehad op rantsoen staan [een afgeperkte hoeveelheid eten krijgen]
  3. Let op: Spelling van 1858 losgeld, losprijs; het geld, waarmede een slaaf of krijgsgevangene losgekocht wordt; ook het geld, waarmede eene vijandelijke plundering afgekoc...
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: (B. RANSOEN), o. (-en), hoeveelheid spijs of drank (voor matrozen, soldaten); hoeveelheid voeder (voor paarden), ration. ~, losgeld, lo...
  5. [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Rantsoen``] Op rantsoen stellen. Zie Losgeld, Krijgsgevangenen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met rantsoen:
rantsoeneerrantsoeneerderantsoeneerdenrantsoeneertrantsoenen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. rantsoen (losgeld)
  2. rantsoen (portie)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `rantsoen`.