rammelen

werkw.
Uitspraak:  [ˈrɑmələ(n)]
Vervoegingen:  rammelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gerammeld (volt.deelw.)

1) een onregelmatig geluid maken
Voorbeeld:  `een rammelende ketting`
rammelen van de honger  (grote honger hebben)

2) (van een verhaal) niet geloofwaardig zijn of niet goed opgebouwd zijn
Voorbeeld:  `Het betoog rammelde aan alle kanten.`

3)
iemand door elkaar rammelen  (iemand heen en weer schudden, met de bedoeling dat dat onaangenaam is)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
honger hebben klepperen kletteren knorren niet deugen schudden

Intensiveringen
Hoe kun je met rammelen een ander begrip versterken?
rammelen van de honger;

3 definities op Encyclo
  • heen en weer of op en neer bewegen vb: hij rammelde hem flink door elkaar Synoniem: schudden een onregelmatig klapperend geluid maken vb: door de harde wind rammelen de l...
  • paren van hazen en konijnen - Jaar van herkomst: 1573 (Plantijn ) ratelen - Jaar van herkomst: 1528 (WNT )
  • 1) Babbelen 2) Beuken 3) Denderen 4) Een klapperend geluid geven 5) Een klapperend geluid maken 6) Heen en weer bewegen 7) Hevig schudden 8) Jazzterm 9) Klepperen 10) Kle...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op rammelen:
    aframmelen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. rammelen (paren van hazen en konijnen)
    2. rammelen (ratelen)