de priester

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈpristər]
Verbuigingen:  priester|s (meerv.)

1) katholiek geestelijke religie
Voorbeeld:  `iemand tot priester wijden`

2) tussenpersoon tussen het bovennatuurlijke en de mensen religie
Voorbeeld:  `voodoopriester`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
geestelijke pater

11 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-s), ~ES, v. (-sen), ieder die een geestelijk ambt bekleedt; tot - wijden; den - spelen; -es van Apollo te Delphi, (oude [in de ge...
  2. ingewijde in de religieuze handelingen
  3. Hij die het sacrament van het priesterschap heeft ontvangen. Zie ook: aalmoezenier, absolutie, biecht, biechtvader, Blasiuszegen, broeder, bonnet, brevier, celibaat, cler...
  4. katholieke geestelijke die door een bisschop is gewijd vb: de priester draagt de mis op
  5. •iemand die de religieuze (offer)rituelen verzorgt.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met priester:
priesterespriesteressenpriestergewaadpriesterspriesterschappriesterwijding

Deze woorden eindigen op priester:
hogepriesteropperpriesteraartspriestervoodoopriester

Herkomst volgens etymologiebank.nl
priester (geestelijke)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `priester` kennen.