de import

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ɪmpɔrt]
Verbuigingen:  import|en (meerv.)

1) het invoeren van buitenlandse goederen in je eigen land
Voorbeeld:  `de import van sinaasappels`
Antoniem:  export
Synoniem:  invoer

2) bewoners van je dorp of stad die ergens anders vandaan komen
Voorbeeld:  `In deze wijk woont allemaal import.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
invoer export (antoniem)

Taaladvies
Im- en export / in- en export: Is het im- en export of in- en export?

11 definities op Encyclo
  1. het in het land brengen vb: de import van koffie is toegenomen Tegenstellingen: export uitvoer
  2. Binnenhalen van content uit externe applicaties-databases. Dit kan `real time`, batch-gewijs of via een conversie.
  3. Let op: Spelling van 1858 invoer. Importen, invoerswaren. Importabel, invoerbaar, geoorloofd in te voeren. Importatie, goederen-invoer. Importeren, invoeren; bedragen; va...
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. invoer. ~EN, mv. (in den koophandel.) invoerartikelen. ~ABEL, [bijvoegelijk naamwoord] (-er, -st), invoerbaar, geoorloofd in te voer...
  5. invoer van buitenlandse productie
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met import:
importantieimporteerimporteerdeimporteerdenimporteertimportenimporterenimporteurimporteursimportheffing

Herkomst volgens etymologiebank.nl
import

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `import`.