piepen

werkw.
Uitspraak:  ['pipə(n)]
Vervoegingen:  piepte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gepiept (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) een hoog geluid voortbrengen
Voorbeeld:  `een piepende deur`

2) klagen en zeuren
Voorbeeld:  `Hij blijft er maar over piepen dat hij niet is uitgenodigd!`

3)
Het is snel gepiept.  (het duurt niet lang, het is snel klaar)

4)
er stiekem tussenuit piepen  (er stilletjes vandoor gaan)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
fluisteren fluiten gluren jammeren jassen poffen wegglippen

Spreekwoorden en zegswijzen
• zoals de ouden zongen piepen de jongen (=de jongeren leren het van de ouderen)
• er een muisje van hebben horen piepen (=er iets van gehoord hebben)
• 'm piepen (=er stilletjes vandoor gaan)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met piepen een ander begrip versterken?
piepjong; piepklein;

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (ik piepte, heb gepiept), een dun scherp geluid geven (als muizen of mossen), schreeuwen; [spreekwoord] zoo als de...
  2. (Bargoens, 1914) stelen
  3. Spreekwoorden: (1914) Piepen heeft in 't bargoensch verschillende beteekenissen; vgl. Köster Henke, 52: piepen, slapen, maar ook wegsluipen, vluchten (Sjof. 217), li...
  4. een hoog geluid maken vb: we hoorden een muis piepen klagerig je gevoelens uiten vb: als Terrie een beetje pijn voelt, begint meteen te piepen dan zal hij wel anders piep...
  5. Slapen. `De meester heeft er gisteravond aardig in geblazen. Hij ligt nog te piepen.`
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op piepen:
oppiepen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
piepen (een hoog geluid voortbrengen)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `piepen` kennen.