de piano

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [piˈjano]
Verbuigingen:  piano|'s (meerv.)

muziekinstrument met snaren die via toetsen bespeeld worden
Voorbeelden:  `pianospelen`,
`iets op de piano spelen`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
klavier

Spreekwoorden en zegswijzen
piano aan gaan (=heel rustig en langzaam gaan)
• mezzo piano (=half zacht)
Naar de spreekwoorden

15 definities op Encyclo
  1. , renzo Renzo Piano, Italiaans architect (geboren 1937 in een aannemersfamilie in Genua), heeft grote belangstelling voor het construeren in natuurlijke vormen. Daarbij g...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] zacht. ~, o. (-os), - forte, klavier. *...NINO, v. opstaande piano. *...NIST, m. -E, v. pianos...
  3. Italiaanse muziekterm: zacht
  4. muziekinstrument met witte en zwarte toetsen vb: mijn vader speelde mooi piano
  5. • [muziekinstrument] groot snaarinstrument met klavier.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met piano:
piano'spianoconcertpianogespeeldpianokrukpianokrukkenpianolapianola'spianoleraarpianoleraarspianolerarenpianolespianospeelsterpianospelenpianostemmerpianostemmers

Deze woorden eindigen op piano:
speel pianovleugelpiano

Herkomst volgens etymologiebank.nl
piano (muziekinstrument)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `piano` kennen.