de pels

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [pɛls]
Verbuigingen:  pelzen (meerv.)

dichtbehaarde huid van een dier
Voorbeeld:  `Nertsen worden gefokt om hun pels.`
Synoniem:  vacht

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bont bontjas halsbontje lamsvacht vacht

Spreekwoorden en zegswijzen
• men hoeft geen luizen in de pels te poten (=men moet niemand last berokkenen)
• iemand een luis in de pels zetten (=iemand last bezorgen)
• een luis in iemands pels poten/zetten (=iemand last berokkenen)
• als een luis in iemands pels zijn. (=iemand voortdurend in de weg lopen. Iemand tegenwerken.)
Naar de spreekwoorden

7 definities op Encyclo
  • behaarde huid van een dier vb: de pels van een mol is zwart en zacht Synoniem: vacht
  • [Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Pels``] De P. is een kleedingstuk van de huzaren, die dolmans dragen. In den oorsprong was het eene gewone schapenvacht, die als ma...
  • •de dichtbehaarde huid van verschillende dieren.
  • Een huid of vel waarvan het haar niet is verwijderd. Categorie: Materialen > bewerkt dierlijk materiaal.
  • [bedrijf] - De familie Pels is een geslacht van orgelbouwers dat zijn naam heeft verbonden aan een Alkmaars orgelbouwbedrijf dat zich tegenwoordig in `s-Hertogenbosch be...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met pels:
    pelsdierpelsdierenpelsgrijspelsjaspelsjassenpelsmantelpelsmantelspelswerkpelswerker

    Deze woorden eindigen op pels:
    aardappelsadamsappelsappelsarchipelsbrandstapelsdessertlepelsdoornappelsdorpelsdrempelsdruppelseetlepelsgietlepelsgospelsgranaatappelsgreppelsgummiknuppelshaspelshoepelsjuslepelskerspels

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    pels (vacht)