evacueren

werkw.
Uitspraak:  [evakyˈwerə(n)]
Vervoegingen:  evacueerde (verl.tijd enkelv.)

1) (mensen die in een bepaald gebied in gevaar zijn tijdelijk) naar een veiliger plaats brengen
Vervoegingen:  heeft geëvacueerd (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `Vanwege de dreigende bosbrand heeft de brandweer het hele dorp geëvacueerd.`

2) (tijdelijk) weggaan uit een gebied omdat het er gevaarlijk is
Vervoegingen:  is geëvacueerd (volt.deelw.)
Voorbeeld:  `Een deel van de bemanning is geëvacueerd.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
leegruimen onderbrengen ontruimen weggaan

Taaladvies
  1. Zijn ontruimen en evacueren synoniemen? Zie Ontruimen - evacueren
  2. Je kunt mensen uit een gebouw evacueren, maar kun je ook het gebouw evacueren? Zie Een gebouw evacueren
  3. Wat is juist: evacué of evacuee? Zie evacué / evacuee


6 definities op Encyclo
  • Uit een bepaald gebied wegsturen en op een andere plaats laten wonen. De Duitsers hadden bijvoorbeeld het grootste deel van de bevolking van Zandvoort geëvacueerd, omdat...
  • rechtswetenschap: gedwongen ontruiming van enig gebiedsdeel door de burgerbevolking in verband met oorlogshandelingen of ...
  • ontruimen Jaar van herkomst: 1650 (MEY )
  • Def.: proces van tijdelijk verplaatsen van personen en levende have-erfgoed en bedrijfsmiddelen uit een bedreigd gebied
  • • [ov] een gebied ontruimen wegens gevaar. • [erga] de woonplaats voor de veiligheid verlaten.
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    evacueren (ontruimen)