dispatchen

werkw.
Afbreekpatroon:  dis - 'pat - chen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  dispatchte (verl.tijd )
Vervoegingen:  gedispatcht (volt.deelw.)

versturen, op transport zetten
Voorbeeld:  `de partij hulpgoederen is gedispatcht naar het getroffen gebied`
Synoniem:  verzenden