pairen

werkw.
Afbreekpatroon:  'pai - ren
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  pairde (verl.tijd )
Vervoegingen:  gepaird (volt.deelw.)

samenvoegen, koppelen
Voorbeeld:  ` bluetooth pairen met de mobiele telefoon`


1 definitie op Encyclo
  1. (Een eenmalige procedure die nodig is om twee Bluetooth-toestellen aan elkaar te koppelen.)
Toon uitgebreidere definities